Pier Nobach.

Pier Nobach terroriseerde Doezum en wijde omgeving (Friesch Dagblad zaterdag 26 oktober 1963)

Vruchteloze jacht van K.P – Drachten

Pier Nobach.

Velen in Doezum en wijde omstreken, die twintig jaar geleden deze naam hoorden, voelden een rilling langs hun rug gaan. In een groot gebied oefende deze man op zijn eentje een zware terreur uit. Overal waar hij verscheen, werd de spanning tastbaar. De druk die hij door zijn aanwezigheid en dreigementen op de bevolking in het algemeen en sommige personen in het bijzonder legde, werd door tallozen gevoeld als ondraaglijk. Thans, twintig jaar na dato, er over nadenkend, is het feit nog steeds raadselachtig en onverklaarbaar. Maar, het was een feit. De wortels daarvan moeten hebben gelegen in zijn persoonlijkheid, die de angst, welke toen meer of minder bewust in haast iedereen leefde, wist te activeren en naar boven te halen, tot die met een schok naar buiten trad.

Er werd gezegd dat Nobach heel wat van de wereld gezien had, voor hij zich op een boerderij onder Doezum vestigde. Hij had een Duitse vrouw getrouwd, die hem had “bekeerd” tot het nationaal-socialisme. Die leer lag hem wel. Hij had een sterke geldingsdrang en was er van overtuigd dat het leven hem niet op die plaats had gebracht, waarop hij krachtens zij capaciteiten recht op had. Nu zou dat veranderen. In de nieuwe orde zou een harde leidersfiguur als Pier Nobach de kans krijgen op de voorgrond te treden. In zijn eentje zou hij zorgen dat de streek waar hij woonde voor het nazisysteem door de knieën zou gaan. Wie zou het tegen hem durven en kunnen opnemen?

De machtigde zwager

Zijn zelfbewuste optreden werd sterk gestimuleerd door de machtspositie die hij meende te bezitten. Die baseerde hij niet alleen op het getuigenis van zijn Duitse en Nederlandse partijgenoten, dat hij een ras- en wasechte nazi was, maar vooral op het feit dat de Ortskommandant te Groningen zijn zwager was. De Duitsers kwamen geregeld bij hem aan huis en Pier warmde zich aan het vertoon van macht dat hem omringde en aan de drank die daarbij verzwolgen werd. Met die machtigde zwager schermde en dreigde hij tegenover ieder die zijn misnoegen opwekte –en dat waren er velen- om vaak de belachelijkste kleinigheden. En zijn wapen maakte zijn woorden indrukwekkender dan zijn argumenten.

Zijn optreden werd op den duur onhoudbaar voor de streek en steeds dringender worden de rapporten waarin aan de illegaliteit werd gevraagd, Pier Nobach uit te schakelen. Het werd een moeilijke beslissing -heet doden van mensen zou dan tot het eind toe blijven- en deze eerste liquidatie zou een zware opgave worden voor de nog jonge Drachtster K.P. Want Nobach was een loze vos en altijd bewapend.

Het huis een vesting

Wist Pier, dat de ganzen eens het Capitool hadden gered, door hun verontwaardigd snateren, toen de vijand in de nacht kwam aansluipen? Of was het toevallig (of voor de Duitse feestjes) dat hij steeds een leger ganzen op zijn erf had. Waarschijnlijk het eerste, want naar de Doezumers tegenover de K.P. verklaarden was zijn huis door Nobach op allerlei manieren extra beveiligd en versterkt, sedert in Drenthe de eerste nazi’s waren neergeschoten. In ieder geval moest een verrassingsaanval op de boerderij uitgesloten worden geacht. De enige mogelijkheid was hem op de weg neer te schieten en daarom kreeg de Drachtster K.P. versterking van de Sneker ploeg met een snelle Oldsmobile.

Wekenlang duurde de jacht en steeds ontglipte het wild. Nobach bleek volkomen onberekenbaar te zijn bij zijn terreurtochten door de dorpen. Kwam er een telefoontje dat hij weer ergens bezig was, dan bleek zelfs de Oldsmobile niet snel genoeg en soms werden op zichzelf goede kansen niet of veel te laat gemeld. Woedend waren de KP-ers toen ze hoorden dat hij ergens enkele uren smoordronken in de berm had gelegen en toen voorbijgangers had gedwongen hem naar huis te brengen. Zijn pistool was hem daarbij uit de hand of uit de zak gegleden, maar toen hij zijn roes uitgeslapen had vond hij het in de berm terug. Sommigen hadden het daar wel zien liggen, maar niemand had de moed gehad het mee te nemen.

Weer vergeefs

Toen werd besloten hem na een bezoek aan Groningen op de korrel te nemen. Dat deed hij per bus en op de terugweg was de aangeschoten Nobach nog onmogelijker dan wanneer hij nuchter was. De KP-ers en de Oldsmobile werden in Groningen gestationeerd en wachtten. Op een goede dag zagen ze hem in de bus stappen en wegrijden. Nu zou hij hen niet ontkomen.

Ook zij gingen op pad om langs een omweg naar Doezum te rijden. Plotseling werden ze door een burger gesommeerd om halt te houden maar ze reden door. De man stapte in zijn wagen en ging hen achterna. Op de smalle bochtige wegen gelukte het niet de kleine auto af te schudden en in Doezum konden ze geen pottekijkers hebben. Daarom besloten ze te stoppen. Gerrit en Wim stapten uit, het pistool schietklaar in de zak.

Hun achtervolger legitimeerde zich als controleur van de verkeersinspectie en wilde hun papieren zien, die er natuurlijk niet waren. Toen hij in plaats daarvan de wapens zag, begreep hij onmiddellijk de situatie en bood zijn verontschuldigingen aan. De man was inderdaad volkomen betrouwbaar, zoals hij later nog meermalen bewees.

Maar door dit misverstand ontsprong Nobach opnieuw de dans. Toen de jongens in Doezum kwamen, opende hij niet de deur van zijn woning. Een zekere moedeloosheid kwam over de K.P, de mislukkingen stapelden zich op en er was nog zoveel werk te doen. Toch werd een nieuw plan ontworpen, dat in de nacht van 29 op 30 oktober zou worden uitgevoerd. Hoe Nobach toen opnieuw ontsnapte en welk ernstig gevolg deze actie had kunt u in het vervolg lezen.

Zoon van Pier Nobach door de KP gedood. (Friesch Dagblad 2 november 1963)

Vader ontsnapte hen opnieuw


Het was in de avond van 29 oktober 1943, dat leden van de Drachtster en de Sneker KP zich gereed maakten voor een nachtelijke actie; Ditmaal kon Pier Nobach hen niet ontkomen. Elke morgen moest hij naar een stuk land om daar de koeien te melken. De beesten waren die dag niet verweid en dus zou de boer ook de volgende morgen daar zeker verschijnen. En dan zouden zij aan zijn terreur een einde maken.

Aanvoerder Gerrit stak zich in een Duits uniform. Het was eerder gedragen door een man die als jongen naar Gorredijk was gekomen, toen hij na de eerste wereldoorlog in eigen land honger leed. Hij was er blijven wonen en in heel zijn denken een Nederlander geworden. De naam Hitler wekte afkeer op, maar na de bezetting van Nederland was hij bij het leger ingelijfd en naar het oostfront gezonden. Het eerste verlof, dat hij weer in Friesland kon doorbrengen, nam hij te baat om onder te duiken. Uniform en karabijn had hij afgestaan aan de KP. De kleding was enigszins geschikt gemaakt voor Gerrit, maar paste nog slecht. De naaister had er een luizenplaag van gekregen………

In de nacht legden de jongens zich aan weerszijden van het land in een hinderlaag: Gerrit en Henk aan de ene kant, de drie Snekers aan de andere kant in de wal van de sloten. En toen was het wachten op Pier Nobach. Het werd een koude zit, maar het was gelukkig droog.

Het was de zoon


Eindelijk was het zover. De wachtenden hoorden geluid en ja, daar zette zich iemand onder een koe. Maar was het Pier Nobach wel? Het leek in het donker, of deze man een ander postuur had. Allen herinnerden zich de vele mislukkingen die ze eerder hadden geboekt bij de jacht op Nobach. Een vergissing mocht niet worden gemaakt. Zou deze loze vos onraad geroken hebben en een ander hebben gestuurd? Zonder overleg kwamen beide groepjes tot dezelfde conclusie: afwachten, niet overhaast te werk gaan, eerst moest er volkomen zekerheid komen dat de melker werkelijk de gevreesde vijand was. Enige tijd later moest hij een koe melken, die op een meter of tien van Gerrit en Henk graasde en toen zagen ze het: het was Pier Nobach niet maar zijn zoon, die dienst genomen had bij de SS en toevallig met verlof thuis was. Hij nam de melkbeurt voor zijn vader waar. De teleurstelling van de jongens was groot. Weer hadden ze een vergeefse reis gemaakt, weer was Pier hun ontsnapt. Waarom konden ze die man nu nooit krijgen? Moedeloos overlegden Gerrit en Henk hoe ze ongezien daar weer vandaan zouden kunnen komen, de anderen waarschuwen en weer naar huis terugkeren.

De zoon gedood


De melker had niets gemerkt van de aanwezigheid van de KP-ers. Het begon ondertussen wat lichter te worden en de mannen doken dieper in de wal weg. Het was de koe die gemolken werd, die hen toen opmerkte. Nieuwsgierig als koeien zijn probeerde het beest met een touw om de achterpoten, de kop snuivend vooruit, dichter bij de wal te komen.

De melker gromde en vloekte toen het beest hem voorbij liep. “Sta stil beest”, schreeuwde hij en toen dat niet gebeurde sloeg hij het dier met het melkerstoeltje, ondertussen de vreselijkste vloeken uitbrakend. Ook koeien moesten de SS gehoorzamen en anders……..

De koe wankelde toch door, de kop vooruit. En toen met de arm omhoog voor een nieuwe slag en midden in een nieuwe vloek zag de jonge Nobach wat de koe nieuwsgierig maakte. Plotseling besefte hij het gevaar waarin hij verkeerde. Een ogenblik bleef de arm omhoog en de mond openstaan. Toen schoot Henk.

Henk had het hele toneel aangezien en de vreselijke vloeken hadden hem een koude rilling gegeven. Toen de man hem zag geageerde hij vrijwel automatisch. Hij verwondde de hand van de man, die toen een geluid uitstootte als van een gewond dier. Gerrit die nooit zijn kalmte verloor en altijd maar een keer behoefde te schieten, haalde toen de haan van de karabijn over. In het hart getroffen stortte de melker neer.

Mag ik biechten?


Het was een verslagen groepje, dat een half uur later steentjes gooide tegen een slaapkamerraam om rapport uit te brengen. Zij ervoeren het gebeurde als een nieuwe nederlaag. Wat hen –allen gelovige jongemannen- bijzonder deprimeerde was de dood van de jonge Nobach. O zeker, hij was een SS-er en had een haast even slechte naam als zijn vader. Maar zou zijn dood misschien niet erger gewroken worden aan de burgerbevolking dan die van Pier? Zou die nu niet een wraakactie ontketenen? En dan de omstandigheden waaronder zij deze mens gedood hadden. Zijn laatste woorden waren niets anders dan gruwelijke verwensingen geweest en midden in een zware vloek hadden zij hem voor zijn hemelse rechter geplaatst.

Van slapen kwam niets: de sombere gedachten vermenigvuldigden zich. Toen kwam Gerrit, de zeer gelovige rooms-katholiek, naar zijn chef: “Vindt u het goed dat in bij pater……ga biechten?” “Ga je gang” zei die en Gerrit kwam van een zware last bevrijd terug, al sprak hij er niet over. Henk kon het moeilijker kwijt worden. Het gebed gaf ook hem opluchting, maar hij kon die verschrikkelijke schreeuw van het slachtoffer niet kwijt worden. Een dag of tien later, onder de maaltijd, probeerde hij plotseling dat geluid na te bootsen. De symptomen waren duidelijk: Henk werd voorlopig uit het actieve KP-werk genomen. En ondertussen voltrok zich wat gevreesd werd……..

Moord op T. Schuilenga van Surhuisterveen. (Friesch Dagblad 9 november 1963)


Wat gevreesd werd gebeurde. Toen Pier Nobach in het weiland het lijk van zijn door de KP doodgeschoten zoon vond, leek hij een bezetene. Hij vloekte alles en iedereen uit en zwoer een verschrikkelijke wraak. Overal waar hij in die dagen verscheen, vluchtten de mensen in huis en durfden zelfs niet voor de ramen te komen. Soms schoot Pier zijn geweer in de lucht af, om de angst nog groter te maken. Of om zijn eigen angst te verbergen? Hij begreep terdege dat het schot dat zijn zoon trof, voor hem bestemd was. Zijn zwager gaf hem dan ook een lijfwacht. De eerste week liep een Duitse soldaat voor hem uit, later een Nederlandse politieman. Zij hadden opdracht om Pier tegen verdere aanslagen te beschermen.

Ondertussen was een wraakplan in voorbereiding bij de SD in Groningen en na hun arrestatie hebben leden daarvan uit de doeken gedaan hoe het zich ontwikkeld had. Er moest een Silbertannemoord gepleegd worden en Pier Nobach wees het slachtoffer aan: de heer T. Schuilenga, fabrikant te Surhuisterveen.

Die had, volgens de Duitsers, allang de bijzondere gramschap van Nobach opgewekt. Meermalen had hij op het Scholtenshuis de dood van deze goede vaderlander geëist. Daardoor zou, meende Pier, het illegale werk in de omgeving van Surhuisterveen lam gelegd worden. De Duitsers waren niet afkerig aan dat verzoek te voldoen. Maar, zeiden zij, dan moest er althans een schijn van schuld ontdekt worden bij de heer Schuilenga en dat werd bij de huiszoekingen die ze deden nimmer ontdekt.

Nu echter was dat veranderd. Rauter had zijn hoogste toestemming gegeven voor een Silbertannemoord in de omgeving van Doezum. Pier zou eindelijk het hoofd van Schuilenga aangeboden krijgen. Het moest echter zonder opzien gebeuren.

De geheime moord.


Maandag 1 november reisden enkele Duitsers van de SD, vergezeld van de gewezen kelner Mink uit Groningen, naar Surhuisterveen om de situatie ter plaatse op te nemen. Ze kwamen zelfs in de winkel van Schuilenga, waar ze zich voor politie uit Leeuwarden uitgaven. Mink deed het woord, en om zich niet als moffen te verraden hielden de anderen hun mond.

De volgende avond kwamen ze weer in burger naar Surhuisterveen, nu om hun sinistere plan uit te voeren. Ze werden echter door de politie aangehouden bij het dorp en keerden terug om zich niet te verraden.

In de nacht van woensdag op donderdag kwamen ze opnieuw. De heer Schuilenga was thuis en werd meegenomen, zogenaamd om “zich te verantwoorden”. Hij werd naar Groningen gebracht waar hij de dag doorbracht op het Scholtenhuis.

Die avond kreeg hij bevel om mee te gaan naar Leeuwarden. De auto reed echter het zuidoosten in. Later verklaarden de Duitsers dat ze gezocht hadden naar een bosrijk plaatsje, zonder te weten waar ze waren. Een klein bosje leek geschikt voor hun doel. De heer Schuilenga kreeg opdracht uit te stappen en werd toen met vereende krachten neergeschoten. Zijn lichaam verstopten ze in een greppel bij het bosje. Een fietser die toevallig langs kwam controleerden en intimideerden ze. Toen reden ze terug.

De volgende dag ging iemand in de omgeving van Oosterwolde een bosje in om daar zijn behoefte te doen. Terwijl hij zocht naar een geschikte plaats, ontdekte hij onder eikenbladeren het lijk en waarschuwde de politie, die het identificeerde en de kogels vond.

De SD uit Groningen kwam haastig naar Oosterwolde, zogenaamd om hulp te verlenen bij het onderzoek. In werkelijkheid wilden ze alle sporen, zo die er waren, uitwissen. De politie moest de gevonden kogels aan hen overdragen. Wel werd er één achter gehouden, maar natuurlijk werden de daders niet gevonden.

Nobach kalmeerde.


Na enkele maanden bleek Pier Nobach toch te kalmeren, al bleven zijn zenuwen tot het uiterste gespannen. Kennelijk had hij uit het gebeurde toch iets geleerd, waartoe ook de Duitse nederlagen ’t hunne hebben bijgedragen. In ieder geval verminderde zijn terreur op de omgeving. Soms scheen het zelfs, alsof hij iets goed wilde maken.

Zo gebeurde het wel, dat Nobach een waarschuwing deed uitgaan: morgen wordt er een razzia gehouden. Dat kwam altijd uit, maar als de moffen dan kwamen, was de buit gering. Hadden zij dan de gegrepen mannen bijeen gedreven, dan kwam Nobach en maakte een schifting, ogenschijnlijk volkomen willekeurig. Wie hij goed gezind was, kwam meteen vrij. Wees hij iemand aan die naar Duitsland moest, dan kon het slachtoffer praten als Brugman of zelfs in het bezit zijn van een doktersattest, hij werd onverbiddelijk op transport gesteld. Nobachs woord was wet.

Bij de bevrijding werd hij gearresteerd. Daarbij betuigde hij met veel woorden en vrome praatjes, dat hij het toch zo best bedoeld had. Hij geloofde volkomen onschuldig te zijn. Maar de rechter oordeelde daarover anders. Zijn tenlastelegging was een lijst van verraad en terreur; een door hem aangeschoten politieman, die daardoor levenslang invalide was geworden, was levend bewijs van Nobachs nietsontziende machtswellust. De eis was de doodstraf, maar met het oog op zijn leeftijd werd de uitspraak: levenslang.

Een groot raadsel


Enkele maanden na het vonnis kwam het gerucht dat Pier Nobach weer op vrije voeten was en kroeghouder was in Den Haag. Er waren toen heel veel geruchten, maar omdat zoiets onmogelijk werd geacht, hechtten er weinigen geloof aan. Alleen een zoon van de vermoorde heer Schuilenga ging op onderzoek uit. Nadat hij enkele dagen lang gespeurd had, stapte hij een cafeetje binnen en…..daar stond Nobach, die zich na herkenning onmiddellijk terugtrok in het woongedeelte. Er werd geen woord gewisseld.

Hoe deze tot levenslang veroordeelde op vrije voeten kwam, is nimmer opgelost. Na zijn vonnis was hij overgebracht naar Vught en moet daar losgelaten zijn. Op wiens bevel? Het gerucht zegt: om zijn geestelijke gezondheidstoestand. De heer Schuilenga jr. heeft zich nog gewend tot jhr. Mr. Feith te Groningen, die Nobach mede had veroordeeld. Later verklaarde deze dat hij inzage had gevraagd van het dossier, maar dat was hem geweigerd………

Nobach is nog eens naar Doezum geweest en voer uit tegen de beheerder van zijn vroegere boerderij. Toen is hem te verstaan gegeven, dat het veiliger voor hem was om daar nooit weer te komen. Later had hij weer een boerderijtje onder Zeegse in Drenthe.

Er zijn na de oorlog vreemde en onverklaarbare dingen gebeurd. Kleine mensjes in verstand en boosheid hebben de volle zwaarte van de bijzondere rechtspleging ondervonden, terwijl grotere misdadigers na betrekkelijk korte tijd vrijgelaten werden en zich weer met grote brutaliteit deden gelden.

Maar wat er met Pier Nobach is gebeurd, is het raadselachtigste dat wij uit die tijd kennen.